Als je niets te verbergen hebt waarom zou je dan iemand wantrouwen?
Recente Tweets
Laatste reacties
    Artikelen
    Foto's
    Lijst met albums
    RFID en Opsporing

    4 april 2007 - Seminar RFID & Opsporing

    Op 4 april jl. vond onder grote belangstelling het Seminar RFID & Opsporing plaats onder het thema: In kaart brengen in hoeverre RFID technologie al onderdeel is van ons dagelijks leven en wat (op basis van de huidige stand van zaken) de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn van RFID voor de opsporing. Aansluitend werd gediscussieerd over de gevolgen die het gebruik van RFID-gegevens door de overheid kan hebben voor de privacy van de burger en de innovatie binnen het bedrijfsleven. Onderwerpen die aan bod kwamen waren: Welke technologische en innovatieve ontwikkelingen staan ons te wachten? En wat zijn de implicaties van die ontwikkelingen voor de privacy?

    Het seminar werd ingeluid met een welkomstwoord door Dr.Jan Staman (directeur van het Rathenau Instituut). Gedurende de eerste tien minuten inleiding, liet Dr. Jan Staman ons kennismaken met de dynamiek en toekomstige ontwikkelingen van RFID en haar mogelijke applicaties. Er werd een scenario geschetst van RFID ofwel Radio Frequency Identification in al haar zeer brede betekenis. De kleine op afstand uitleesbare chips, werden tot nu toe vooral toegepast in de logistiek om goederen te identificeren. Nu en in de nabije toekomst wordt RFID echter massaal ingevoerd om mensen te herkennen en opsporen en dat heeft verregaande gevolgen voor privacy van de gebruikers want RFID laat digitale voetsporen achter in uiteenlopende omgevingen. Dat betekend dat alles wat we doen, al onze bewegingen, ergens staan geregistreerd. Dat betekend ook een uitdaging voor het Openbaar Ministerie, voor de ontsporingdienst. Deze nieuwe technologie die overal massaal komt moet het vertrouwen van de mensen winnen, dat betekent dat als je er niet met de burgen over praat deze zich tegen je keert. De burger moet vertrouwen hebben in verantwoord RFID gebruik door de overheid.

    Diverse ontwikkelingen, zoals het biometrische paspoort en de OV-chipkaart werden opgenoemd. Interessant is om te zien hoe knap bij de aanvang van het seminar alle mogelijke bezwaar argumenten tegen RFID werden genoemd en ontzenuwd Begrippen zoals; Big Brother (George Orwell) controle maatschappij en zelfs verwijzingen naar Bijbelpassages die de komst van Satan aankondigen door een merkteken in de hand en van "privacy paradijs tot controlestaat'' passeerden de revue, aangevuld met een semi hilarisch blik van de spreker.

    Vervolgens nam Dr.Harm Brouwer (voorzitter van het college van procureurs-generaal) het woord. Hij verexcuseerde zich beleefd voor het feit dat hij vanwege zijn agenda planning, het programma in de war moest schoppen door zijn toespraak gepland om 15.10 uur te vervroegen naar 14.00 uur. Hij begon zijn betoog met het opnoemen van enkele doemscenario's op de RFID ontwikkeling. Eerste doemscenario; het bedrijfsleven die via RFID labels gekoppeld aan persoonlijke gegevens de controle krijgt van het koopgedrag van de consument.

    Tweede doemscenario; de komst van een Orwelliaanse nachtmerrie zoals in de film "Das Leben der Anderen" is te zien. Deze film laat zien hoe diep de tentakels van de Stasi in de samenleving was doorgedrongen en de eigen bevolking in bedwang werd gehouden door middel van een fijnmazig netwerk van verklikkers, de Informelle Mitarbeiter (IM’s) en door middel van het langdurig afluisteren van vermeende tegenstanders van het regime.

    In het derde doemscenario regeren de criminelen, ze maken misbruik van opgeslagen gegevens om vervolgens onze identiteit aan te nemen. Er werden andere actuele bedreigingen voor de privacy buiten de RFID ontwikkeling opgenoemd zoals de GSM, online transacties op het Internet en Virtual Communities zoals Second Live. Juist het Internet is het gevaar voor de privacy maar dat belemmert ons niet om te surfen en al onze persoonlijke gegevens op het Internet te zetten, zelfs onze stamboom met alle familiegegevens. "Hier is er sprake van een paradox" aldus, Dr Brouwer, de strijd om privacy enerzijds en het rondstrooien van persoonlijke gegevens anderzijds. De mens heeft het recht om iets verborgen te houden en het credo " ïk heb niets te verbergen" gaat hier niet op. Harm Brouwer gaf aan niet te geloven dat men tot RFID Chip implantatie over zal gaan. Hij noemde doemscenario's van de gechipte mens ''luchtspiegelingen''. Tot slotte kan de RFID ontwikkeling en toepassing vele voordelen leveren in het leven van alledag en zeker ook voor opsporing en volgsystemen.

    Er werden enkele vragen gesteld. De eerste vraag werd gesteld door de heer Henk van der Grind. Hij stelde een doemscenario voor van een Nederland met een totaal RFID chip systeem en het opstaan van een nieuwe dictator. Met de huidige RFID techniek zou je als burger in principe overal gecontroleerd kunnen worden en geen bewegingsvrijheid hebben. Bij een nieuwe dictatuur zou er geen ontkomen meer aan zijn. Zelfs te voet ben je traceerbaar want je bent verplicht om het biometrisch paspoort bij je te dragen. De heer Brouwer was zichtbaar verrast door dit doemscenario en gaf aan deze opmerking zeer op prijs te stellen en zeker met de lessen uit het verleden moeten we zulke opmerkingen altijd kunnen maken. We moeten ons echter behoeden onze toekomst te laten bepalen door het verleden. Het verleden mag geen belemmering zijn voor de vooruitgang en de technische ontwikkeling. Er moet steeds een afweging mogelijk zijn tussen privacy bescherming en belangen van opsporing. De andere opmerkingen waren meer een verwijt dat het ministerie zich blind start op opsporing en dat daardoor de bescherming van privacy in het geding komt. Het antwoord was dan wederom de verzekering dat er altijd een middelweg zal worden bewandeld tussen opsporing en respecteren van privacy.

    Bart Schermer (ECO. Nl/ RFID platvorm NL) ging uit van de klassieke opsporing tot de toekomstige opsporing en gaf daarbij de mogelijkheden aan van RFID in het kader van deze opsporing. Daarbij ziet Bart RFID niet als enige mogelijkheid. De stelling is wederom "elke contact laat sporen na'' zo zal de dader van een misdrijf altijd zijn sporen achter laten. We nemen RFID om de opsporing mogelijk te maken. Bij de klassieke opsporing heb je dingen nodig zoals; haren, vingerafdrukken, DNA onderzoek etc, etc. Als klassieke voorbeeld wordt niemand minder dan Sherlock Holmes aangehaald. Even ontging me de analogie tussen Holmes en RFI D maar het werd duidelijk gemaakt dat het met voetsporen heeft te maken. Het is bekend dat Sherlock Holmes zijn onderzoek baseerde op voetsporen. Zo gaat RFID ook te werk en aangezien het feit dat de gebruikers van RFID digitale voetsporen achter laten en het feit dat in de naaste toekomst alle systemen uitsluitend met RFID zullen werken, zijn de mogelijkheden onbegrensd. Bart Schermer spreekt zelfs over een internet van ''dingen''en daarmee bedoelt hij systemen die met elkaar communiceren als er een RFID chipje op zit. Deze communicatie is mogelijk omdat elke object een unieke RFID identiteit zal hebben. Als we als voorbeeld een fles Spa water nemen, zien we dat we deze door het unieke RFID chip kunnen volgen in haar traject tussen winkel en consument.

    Verder kunnen objecten door RFID ook zelf gaan ''denken'', ze worden slimmer
    (hoogwaarschijnlijk slimmer dan de mens) en die slimheid hebben ze nodig om te kunnen waarnemen. Objecten worden steeds meer gekoppeld aan sensoren; aan temperatuur sensoren, aan camera's. Camera's op straat die je gezicht herkennen en ze zullen autonoom gaan denken: "die en die moet ik in de gaten houden'' of "die is betrouwbaar'' we laten hem/haar met rust.In Engeland zijn ze zelf zover dat de camera's voorzien zijn van luidsprekers en kunnen praten. Het systeem bestaat al in Middlesbrough, waar iedereen die zich misdraagt door een luidspreker kan worden aangesproken. Tot tevredenheid van de meerderheid van de gemeente. (zie: Elsevier)

    We zullen zien dat door RFID de fysieke wereld steeds meer wordt gekoppeld met de virtuele wereld. Bij alles wat we in de fysieke wereld zullen doen, laten we een (spoor) kopie achter in de virtuele wereld. Een belangrijke uitspraak is “kennis is macht” en door kennis in de virtuele wereld zullen we macht in de fysieke wereld kunnen uitoefenen. Wat betekend dit in het kader van opsporing? Simpelweg, hoe meer digitale sporen, hoe meer we macht krijgen over de dader(s). We moeten nu niet in een doemscenario denken van een absolute controlestaat toe door die Chip want in werkelijkheid kent ook RFID haar beperkingen en grenzen. Dit mede omdat RFID systemen (nu nog) slechts een beperkt gebied beslaan; een enkel reistraject zoals bv. een kantoorgebouw of een club. Het is ook niet zo dat alle gegevens in een unieke centrale database worden opgeslagen. Nee, deze worden opgeslagen in verschillende databases zoals; het openbaar vervoer, AH, je kantoor of bedrijf ect. Gegevens worden bovendien niet alleen op technisch niveau van elkaar gescheiden maar ook op een juridisch niveau. Grasduinen in gegevens is juridisch verboden. De statistiek spreekt een ander verhaal: In 2005 waren er twee miljard RFID tags, in 2006 zes miljard RFID tags, maar in 2008 zullen er 22 miljard RFID tags zijn en dat betekend 200 chips minimaal voor elke burger. We zullen dus op elk facet van ons leven worden geconfronteerd met RFID (of we willen of niet!) en dan is nog de vraag of er nog sprake zal zijn van verschillende afgescheidene data. Overigens, het begrip privacy was allang gemolesteerd want op het projectiescherm stond de hele tijd duidelijk te lezen.

    Conclusies- over 20 jaar bestaat er geen privacy meer! RFID is hierbij niet de enige oorzaak. Dat is de prijs die we gewoonweg zullen moeten betalen voor de technische ontwikkeling. Bart Schermer vindt het niet erg en dat zegt hij ook eerlijk. In feiten is het opgeven van privacy een logisch gevolg op het feit dat we door onze hang naar gemak en veiligheid, steeds meer aangewezen worden op de technische ontwikkeling.

    Ondanks mijn pogingen om een objectief, klinisch verslag te geven, kreeg ik bij deze stelling rillingen over mijn rug. Niet alleen om wat er door de spreker wordt verkondigd, maar meer vanwege de afstand die hij wist te bewaren en misschien meer nog door het feit dat niemand in de zaal hierop reageerde. De spreker wist dat de techniek hem ook beheerst dat RFID bezig is zijn alter ego te worden en zeer waarschijnlijk is ons hetzelfde lot beschoren!

    Na de pauze volgde de Paneldiscussie onder leiding van Arie van Bellen (directeur ECP.NL.)
    Aanwezig waren: Harm Brouwer(voorzitter College van procureurs-generaal), Madeleine McLaggan-van Roon (lid College Bescherming Persoonsgegevens), Jeroen Terstegge(Chief Privacy Officer Philips / Privacywerkgroep VNO-NCW), Attje Kuiken(Tweede Kamerlid PvdA), Arda Gerkens(Tweede Kamerlid SP), Jos Hessels(Tweede Kamerlid CDA) en Fred Teeven(Tweede Kamerlid VVD).

    Het debat begon met de afweging; hoe geef je technologie een ruime baan. De eerste vraag werd gesteld aan Attje Kuiken. De vraag was of ze gerust was gesteld over het privacy vraagstuk of toch een beetje geprikkeld. Haar antwoord was dat ze zich zorgen maakte over de stelling van Bart Schermer dat er over 20 jaar geen privacy meer zal bestaan. De vraag is dan ook hoe je met de gegevens omgaat en hoe lang de gegevens op internet bewaart. Meer duidelijkheid is vereist over wat er met de gegevens gebeurd.

    Aan Jeroen Terstegge werd de vraag gesteld over zijn mening/impressie over wat er was gezegd. Hij gaf aan moeilijk te vinden om nog iets hierover te zeggen na twee jaar deze discussie te hebben gevoerd. Hij constateert wel een positieve ontwikkeling in de discussie. Voor hem is duidelijk dat we digitale voetsporen moeten beschermen en een evenwicht vinden en bewaren tussen de belangen van het bedrijfsleven enerzijds en anderzijds de belangen van de burger en consument. Vervolgens kwam Arda Gerkens aan het woord en ook voor haar was het duidelijk dat de RFID ontwikkeling niet te stoppen is maar dat de discussie met de burgen van belang is, niet om de ontwikkeling te onderdrukken maar om het zorgvuldig willen doen.

    Fred Teeven zag totaal geen probleem. Hij is van mening dat we alle mogelijkheden in dienst van ontsporing moeten gebruiken. De vraag hierbij is hoeveel vertrouwen je in de staat hebt. Bij hem is het vertrouwen heel groot. Hij vindt dat het bestrijden van criminaliteit centraal moet staan en dat criminaliteit vooral gebaad is door anonimiteit. 
    Jos van het CDA is enthousiast over de RFID ontwikkeling in het kader van ontsporing. Hij vindt dat we in Nederland erg ambivalent zijn wat het begrip privacy betreft. Hij gaf als voorbeeld het Air miles pasje en het AH bonus pasje. Omdat er financiële voordelen aan zijn verbonden, telt de privacy factor niet zo zwaar meer.

    Als conclusie, kan ik terugkijken op een interessante dag. Het is voor mij duidelijker geworden dat Nederland zich in de digitale versnelling bevindt. Dat de RFID technologie als digitale revolutie, niet meer is te stoppen en alleen maar toe zal nemen. We groeien razendsnel toe naar een internet van dingen en systemen die met elkaar communiceren dat zou ons mogelijk kunnen overweldigen. Aangezien het feit dat onbekend onbemind maakt, is het van essentieel belang dat gebruikers weten wat beheersers kunnen en mogen doen met RFID. Hier is een taak weggelegd voor de overheid en de beheerders om aan de gebruikers voorlichting te geven in deze ontwikkeling en telkens transparantie te zijn over de informatie die via RFID wordt verkregen.

    De vraag die ik had willen stellen bewaar ik voor de volgende seminar. Technisch is onvoorstelbaar veel mogelijk, maar of alles wenselijk is, is vraag twee. Zonder onze emoties erbij te betrekken kunnen we helemaal geen oordeel vellen over de morele aanvaarbaarheid van de RFID toepassing als opsporing en controlesysteem. Mijn idee is beschouwde emoties als percepties van morele waarheden. Ik sluit me bij hem aan.
    * Cursief weergegeven woorden zijn persoonlijke opmerkingen van de schrijver. dat juist de menselijke emotie leidt tot morele kennis. De filosoof Aristoteles

    WebSite: http://www.yayabla.nl,

    06.04.2007

    RFID werd al toegepast tijdens de Tweede Wereldoorlog om vliegtuigen te identificeren. Pas de laatste jaren is de toepassing van de kleine op afstand afleesbare chips binnengedrongen in bijvoorbeeld het logistieke traject. En nu stapt de RFID-technologie ook ons dagelijkse leven in. Neem bijvoorbeeld de OV-chipkaart of toegangssystemen op kantoren. We gebruiken RFID dan als portemonnee of elektronische sleutel. En dat is alleen maar makkelijk. Maar realiseren we ons ook dat RFID-systemen net als internet en telefoonverkeer 'digitale voetsporen' achterlaten? En dat deze sporen gevolgd kunnen worden? Tot nu toe vertellen deze sporen nog niet zoveel over de gebruiker van de RFID-toepassing. Maar dat kán veranderen. Hebben we dan over 20 jaar geen privacy meer?

    U begrijpt: de ontwikkeling rond RFID in ons publieke domein wordt met argusogen gevolgd. De vraag is of de huidige balans tussen gemak voor de gebruiker en controle voor de RFID-beheerder (bijvoorbeeld de NS of een kantoor) nog wel gehandhaafd kan blijven en aanpassingen op het gebied van wet- en regelgeving noodzakelijk worden. Harm Brouwer (voorzitter College van procureurs-generaal) stelt dat RFID zorgt voor meer sporen waardoor meer misdrijven kunnen worden opgelost en de veiligheid in onze samenleving wordt verbeterd. Maar daarbij zegt hij ook dat bij het gebruik van gegevens de privacy van het individu moet worden afgewogen tegen de veiligheid van de maatschappij.

    Deze moeilijke belangenafweging was de inzet van een vurige discussie tussen de Tweede Kamerleden Attje Kuiken (PvdA), Arda Gerkens (SP), Jos Hessels (CDA) en Fred Teeven (VVD) tijdens het seminar RFID & Opsporing dat ECP.NL, het Rathenau Instituut en RFID Platform Nederland op 4 april organiseerden. Hoewel alle Kamerleden de voordelen en mogelijkheden van RFID voor de opsporing onderkenden hadden zij duidelijk verschillende standpunten over de uiteindelijke toepassing van RFID. Fred Teeven (VVD) stelde dat de privacy geen "mistgordijn mag worden voor criminelen". De mogelijkheden van RFID in de opsporing moeten volgens hem dan ook waar mogelijk benut worden. Arda Gerkens plaatste haar vraagtekens bij de effectiviteit van grote databases gevuld met RFID gegevens. Attje Kuiken hamerde op het belang van transparantie van RFID toepassingen voor de burger. Jos Hessels vond het met name van belang dat we niet uit het oog moeten verliezen hoeveel voordelen RFID voor Nederland kan hebben.

    Een ding waar alle Kamerleden het over eens waren is dat nadere discussie en bewustwording rondom het onderwerp RFID nodig is. Volgens de Kamerleden moet er dan ook eerst een maatschappelijk discussie worden opgezet over wat maatschappelijk verantwoord is bij het gebruik van RFID-gegevens voor opsporingsdoeleinden. ECP.NL, het Rathenau Instituut en RFID Platform Nederland onderstrepen deze conclusie en zullen hun best doen om het debat in Nederland verder te stimuleren.

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl